We communiceren allemaal, overal, elke dag, en met veel mensen. Of we nu praten, gebaren maken, schrijven of non-verbale signalen uitzenden: communicatie speelt een belangrijke rol in het overbrengen van informatie, gedachten en emoties. Bovendien kan je met communicatie gedrag beïnvloeden en veranderen. Als je begrijpt welke factoren hierin van belang zijn, is de kans groter dat je gedrag verandert. Een model dat helpt bij het in kaart brengen van gedrag, is het COM-B model. In dit artikel lees je uit welke elementen het COM-B model bestaat en hoe het je helpt gedrag in kaart te brengen!

Wat is het COM-B model?

Het COM-B model is een model ontwikkeld door Susan Michie en haar collega’s om gedrag en gedragsverandering te begrijpen. Het model is toe te passen op verschillende gebieden, waaronder dus communicatie. COM-B staat voor ‘Capability’, ‘Opportunity’, ‘Motivation’ en ‘Behavior’. Met deze vier ingrediënten krijg je inzicht in gedrag en de invloeden op dat gedrag.

Het COM-B model met alle ingrediënten: capacity (capaciteit), opportunity (gelegenheid/omgeving), motivation (motivatie) en behaviour (gedrag). Link naar originele afbeelding.

  • Voorbeeld: Joep wil vaker gaan hardlopen. Dat voornemen heeft hij al vaker gehad maar zonder succes. Nu gaat hij er echter werk van maken. Hij wil over 3 maanden 5 kilometer kunnen hardlopen zonder problemen. Hij gebruikt het COM-B model om zijn eigen gedrag in kaart te brengen.

1. Capability (Capaciteit)

“Capability” (of vermogen, capaciteit) verwijst naar de vaardigheden die iemand heeft om bepaald gedrag uit te voeren. Dit is het persoonlijke aandeel dat iemand heeft in het te vertonen gedrag. Je stelt dan de vraag: in hoeverre is iemand (niet) in staat om bepaald gedrag te vertonen? Er zijn twee soorten capaciteit te onderscheiden in het COM-B model: fysieke en psychologische capaciteit.

Fysieke capaciteit heeft te maken met iemands lichamelijke gesteldheid: kan iemand het fysiek aan om bepaald gedrag te vertonen?

Psychologische capaciteit heeft te maken met iemands mentale vermogen om gedrag te vertonen. Weet iemand hoe iets moet? Of begrijpt iemand wat van hem of haar gevraagd wordt?

  • Voorbeeld: Joep heeft niet de beste conditie en een tijd lang last gehad van een oude blessure aan z’n enkel (= fysieke capaciteit). Daarnaast heeft hij geen idee hoe hij een hardloopschema opstelt en daarmee conditie opbouwt (= mentale capaciteit).

Voor meer uitleg over capaciteit in het COM-B model, klik hier.

2. Opportunity (Omgeving)

“Opportunity” (of mogelijkheid, gelegenheid) verwijst naar de omgeving en de context waarin iemand bepaald gedrag (niet) vertoont. Het ligt dus buiten de persoon; hij of zij heeft hier weinig tot geen invloed op. Het COM-B model maakt ook hier onderscheid in twee verschillende dimensies: sociale en fysieke omgeving.

De sociale omgeving heeft te maken met de sociale kringen waarin iemand zich begeeft. Denk hierbij aan vrienden, familie of ouders, maar ook collega’s, teamgenoten of simpelweg de ruimte waarin iemand met andere mensen aanwezig is. De mensen om je heen (of je ze nou kent of niet) hebben een bepaalde invloed op gedrag. Ze laten voorbeeldgedrag zien, keuren gedrag af of moedigen het juist aan.

De fysieke omgeving slaat op de (fysieke) omgeving of ruimte waarin iemand zich begeeft. Deze omgeving kan gedrag faciliteren (een prullenbak helpt tegen zwerfafval) of belemmeren (Geen prullenbak? Dan maar op de grond).

  • Voorbeeld: Joeps vrienden vinden het een mooi doel. Ze ondersteunen hem van harte. Een vriendin, Lieke, stelt zelfs voor samen hard te lopen (= sociale omgeving). Joep woont in een klein dorp met in de omgeving uitgestrekte weides en bossen, een prima plek om hard te lopen (= fysieke omgeving).

Voor meer uitleg over omgeving of gelegenheid in het COM-B model, klik hier.

3. Motivation (Motivatie)

“Motivation” (of gewoon motivatie) verwijst naar de interne redenen en drijfveren achter gedrag. Iedereen doet wat die doet om bepaalde redenen, al dan niet bewust. En om gedrag te sturen richting een bepaald doel, hebben we motivatie nodig; drijfveren die ons activeren iets te gaan doen.

Motivatie is een ingewikkeld onderwerp waar veel onderzoek naar is gedaan. In het COM-B model wordt motivatie onderverdeeld in twee categorieën: reflectieve en automatische motivatie.

Reflectieve motivatie (of bewuste, beredeneerde motivatie) is motivatie waar iemand over nadenkt (of op reflecteert). Door het bewust stellen van doelen, het maken van plannen en de manier van denken over het gedrag (positief, denken dat je het ook echt kan) wakker je motivatie aan.

Automatische motivatie (of intuïtieve, onbewuste motivatie) is motivatie waar iemand weinig tot geen invloed op heeft. Het is motivatie die bijvoorbeeld samenhangt met emoties en associaties (iets echt niet leuk vinden om te doen), of met bepaalde gewoontes die iemand heeft (die gaan ook vaak automatisch).

  • Voorbeeld: Joep heeft voor zichzelf een doel gesteld, dat helpt hem doorgaans, maar hij twijfelt of hij het wel aankan om 5 kilometer hard te lopen (= reflectieve motivatie). Bij de gedachte aan 5 kilometer krijgt hij het al Spaans benauwd en gevoelens van angst bekruipen hem (= automatische motivatie).

Voor meer uitleg over motivatie in het COM-B model, klik hier.

4. Behaviour (Gedrag)

Tot slot is er het vierde ingrediënt van het COM-B model: behaviour, oftewel gedrag. Door capaciteit, omgeving en motivatie goed in kaart te brengen, krijg je uiteindelijk inzicht in iemands gedrag. De drie factoren zijn alledrie in meer of mindere mate van invloed op het gedrag. En door daar inzicht in te hebben, heb je inzicht in hoe je het gedrag kan beïnvloeden.

  • Voorbeeld: Joep krijgt inzicht in zijn gedrag met behulp van het COM-B model. Hij ziet waar de pijnpunten liggen: Onzekerheid over zijn eigen kunnen en een negatieve associatie met hardlopen lijken hem vooral dwars te zitten. Dat in combinatie met het feit dat hij niet goed weet hoe hij moet starten maakt het dat hij nooit echt begonnen is.

Hoe gebruik je het COM-B model?

Kortom, het COM-B model biedt een waardevol kader om effectief gedrag in kaart te brengen. De volgende stap is te identificeren hoe je je communicatie aanpast of inricht om dat gedrag te veranderen. Zo kun je bij elke subcategorie (zoals reflectieve motivatie, of de sociale omgeving) communicatie-uitingen of interventies bedenken om dat gedrag te beïnvloeden.

Voorbeeld: Doordat Joep inziet waar het fout gaat, kan hij oplossingen bedenken. Geen idee hoe een hardloopschema uitziet? Google of iemand die meer ervaren is kan een uitkomst bieden! Negatieve associatie met hardlopen? Maak het leuk! Twijfels over eigen kunnen en over de afstand? Begin klein en boek verschillende successen.

One Comment

Comments are closed.